Je staat voor de klas en binnen een paar minuten heb je ze allemaal gezien. De leerling die alweer met zijn buurman zit te praten. Het kind dat nog steeds zijn boek niet op tafel heeft. Twee kinderen die tijdens de instructie naar elkaar zitten te seinen. En achterin zit iemand heerlijk uit het raam te staren.

“Jongens, luister nou eens.”

“Ssst…”

“We hadden toch afgesproken dat..”

En voor je het weet ben je vooral aan het corrigeren. Heel begrijpelijk. Als leerkracht ben je voortdurend bezig met wat er in je groep gebeurt. Je brein pikt razendsnel datgene eruit wat afwijkt, onrust veroorzaakt of jouw aandacht nodig heeft. 

KlassenPad junior thema welkom

We zijn heel goed geworden in zien wat niet goed gaat

Stel dat je met je groep hebt afgesproken dat jullie naar elkaar luisteren. Tijdens een klassikale instructie praat één leerling erdoorheen. Waar gaat jouw aandacht naartoe? Waarschijnlijk naar die ene leerling. Logisch. Maar wat gebeurt er als je je blik verbreedt? Dan zie je misschien dat een groot deel van de groep wél luistert. Dat kinderen elkaar laten uitpraten. Dat een leerling zijn hand alweer laat zakken omdat hij ziet dat iemand anders nog aan het woord is. Dat gedrag kun je zichtbaar maken:

“Ik zie dat jullie elkaar de ruimte geven om na te denken.”

Of:

“Fijn dat jullie wachten tot iemand is uitgesproken.” 

Je aandacht verschuift daarmee van wat moet stoppen naar wat we vaker willen zien.

En dat is een wezenlijk verschil.

Het gaat niet om: wat ben jij geweldig!

Bij waarderend kijken denken we al snel aan complimenten geven.

“Wat ben jij toch lief.”

“Wat ben jij knap.”

“Wat ben jij een goede leerling.”

Maar dat is niet wat ik bedoel. Ik wil juist wegblijven van het beoordelen van het kind en veel meer aandacht geven aan het gedrag. Want gedrag kun je leren. Gedrag kun je oefenen. En gedrag kun je opnieuw proberen. Dus liever niet:

“Wat goed van jou.  

Maar bijvoorbeeld:

“Ik zag dat je even opschoof zodat er nog iemand bij kon.”

Of, gericht op de groep:

“Ik zie dat jullie elkaar verder helpen zonder het werk van elkaar over te nemen.” 

Je maakt dan zichtbaar welk gedrag ertoe doet. En misschien nog belangrijker: je helpt de groep ontdekken waarom dat gedrag fijn is. “Jullie hielpen elkaar net bij het opruimen. Daardoor waren we snel klaar en konden we rustig naar buiten.” Gedrag krijgt betekenis binnen het geheel.

Kijk naar wat helpt om het fijn te hebben met elkaar

Dat is voor mij de kern. Waarderend leren kijken gaat niet over het verzamelen van zoveel mogelijk positieve momenten. Het gaat over gericht leren kijken naar gedrag dat bijdraagt aan jullie gezamenlijke missie en bouwstenen.

Hebben jullie bijvoorbeeld de bouwsteen:

Iedereen hoort erbij

Dan kun je gedurende de dag bewust zoeken naar momenten waarop je dat ziet gebeuren.

Een kind vraagt op het plein of iemand mee wil spelen.

“Hé, dit is nou precies wat we bedoelen met iedereen hoort erbij.”

Hebben jullie:

We helpen elkaar

Dan kun je tijdens het samenwerken benoemen:

“Ik zag dat jullie elkaar hielpen zonder het van elkaar over te nemen.”

Of bij jonge kinderen tijdens het aankleden:

“Wat fijn dat jullie elkaar helpen bij het omkleden.” 

En bij:

We nemen verantwoordelijkheid

kun je tijdens een overgang bijvoorbeeld zeggen:

“Ik zie dat jullie zonder extra herinneringen aan de slag gaan.” 

Zo worden missie, bouwstenen en T-kaarten geen behang aan de muur. Je brengt ze tot leven.

Juist op de gewone momenten

Het mooie is: je hoeft hiervoor geen aparte les te geven. De hele schooldag zit vol oefenmomenten. Bij de start van de dag kun je zien hoe kinderen binnenkomen en zelfstandig hun spullen pakken. Tijdens de instructie kun je kijken hoe ze luisteren en elkaar ruimte geven. Bij samenwerken zie je hoe taken worden verdeeld, hoe kinderen reageren op verschillende ideeën en of iedereen een bijdrage kan leveren. Tijdens een overgang kun je zien of kinderen elkaar helpen om snel en rustig om te schakelen. En natuurlijk is er het plein.

Misschien wel één van de interessantste plekken om waarderend te leren kijken.

Daar zie je kinderen onderhandelen, rekening houden met elkaar, iemand uitnodigen, een conflict oplossen of juist hulp vragen wanneer ze merken dat het zelf niet lukt. Dat zijn belangrijke sociale vaardigheden. En als jij ze ziet, kun je ze zichtbaar maken.

Maar wat doe je dan met gedrag dat níét goed gaat?

Dat blijft natuurlijk bestaan. Waarderend kijken betekent niet dat je ineens denkt:

Ach, laat maar. Ik kijk alleen nog naar het positieve. Soms moet je begrenzen. Soms moet gedrag stoppen. Soms heeft een kind jouw hulp nodig (komt volgende week aan de orde 😜).

Train je eigen blik

Waarderend kijken vraagt bewust te letten op gedrag dat past bij jullie bouwstenen. Niet alleen bij de kinderen bij wie dat vanzelfsprekend is. Juist ook bij dat kind dat vaak gecorrigeerd wordt.

Van ik naar wij

uiteindelijk wil je dat waarderend kijken niet alleen iets van jou als leerkracht is.

Je wilt kinderen leren om het bij elkaar te zien. Waar zag jij vandaag iets van onze bouwsteen?

Wie zag iemand iets doen waardoor het fijner werd in de groep?  Zo zorgen we er samen voor dat het fijn is in onze groep.

Met een verschillige groet,

Jelly

Samen spelen, samen groeien – Klasse(n)Pad Junior voor de onderbouw

Samen spelen en rekening houden met elkaar gaat niet altijd vanzelf. Tijdens de eendaagse Klasse(n)Pad Junior voor groep 1 t/m 4 leer je hoe je jonge kinderen begeleidt in groepsvorming, samenspelen en gedrag.

Bovenbouw in beweging – Klasse(n)Pad

Gedoe, groepsdruk of steeds weer gedoe bij het samenwerken? Tijdens de tweedaagse Klasse(n)Pad voor groep 5 t/m 8 leer je zien wat er in je groep speelt én hoe je daar gericht regie op voert.