Hoe gaat het in je groep? Merk je dat het al begint te stormen? Je hebt kennismakingsspelletjes gedaan, samenwerkingsopdrachten ingezet, afspraken gemaakt en gewerkt aan verbinding. En dan begint ineens het gedoe.

Een leerling wil steeds bepalen. Twee kinderen botsen over wie waar mag zitten. Iemand voelt zich buitengesloten. Er wordt gemopperd, geroddeld of nét iets te hard gereageerd. En jij denkt misschien: Hé… we waren toch zo lekker begonnen? Geen paniek. Dit hoort bij groepsvorming. 

Wie heeft het hier eigenlijk voor het zeggen?

Na de eerste periode van kennismaken (Forming) gaan we naadloos over in de strijdfase (Storming). De vraag die centraal staat, is: Wie heeft hier invloed? Wie bepaalt? Naar wie wordt geluisterd? Wie volgt? Wie krijgt de lachers op zijn hand? Wie durft tegen iemand in te gaan? En waar sta ik zelf? Of je het nu leuk vindt of niet: die dans is begonnen. 

In deze fase moeten kinderen ontdekken hoe je invloed kunt hebben zonder over een ander heen te walsen. Hoe je voor jezelf opkomt én rekening houdt met de ander. Hoe je een verschil van mening oplost zonder dat het escaleert. Daar valt nog heel wat in te leren. Kijk daarom komende week met deze bril naar het gedoe in je groep. Wie neemt welke positie in? Welke kinderen hebben veel invloed? Wie trekt zich juist terug? Wie bepaalt de sfeer? En vooral: welke vaardigheden hebben jouw leerlingen nog te leren?

Als wij kinderen niet leren hoe ze op een goede manier met verschillen, frustraties en conflicten omgaan, gaan ze het zelf uitzoeken. En dan wint al snel degene met de grootste mond, de meeste invloed of de stevigste duw. Juist daarom is deze fase in de groepsvorming zo belangrijk.

kijk. luister. stel vragen.

Conflict of ruzie?

Begin met het verschil tussen een conflict en ruzie. Een conflict is een verschil van mening. Jij wilt voetballen, ik wil tikkertje. Jij wilt met die bal spelen en ik toevallig ook. Dat is nog geen ruzie. Bij een conflict kun je kinderen leren zoeken naar een oplossing waar beiden mee verder kunnen. Een win-winoplossing.

Ruzie ontstaat wanneer het conflict escaleert en er bijvoorbeeld gescholden, geduwd, geslagen of geschopt wordt. Praat daarover met je groep. Hoe reageren jullie eigenlijk als je een conflict hebt?

Grofweg zie je drie reacties:

  1. De ontwijker – loopt weg en zegt niet wat hij of zij ervan vindt.
  2. De uitsteller – is wel van plan om er iets van te zeggen, maar stelt dat uit. 
  3. De uitdager – wordt boos, gaat er vol in en wil winnen.
  4. De top-tien-teller – blijft stevig staan, komt voor zichzelf op én houdt rekening met de ander.

En nee, ontwijken is niet altijd verkeerd. Soms is weglopen juist hartstikke verstandig. De interessante vraag is daarom: wanneer is welke reactie effectief? Daar kun je prachtige gesprekken met kinderen over voeren.

Kijk eens achter de ruzie

Als er veel conflicten zijn, zijn we geneigd naar de losse incidenten te kijken.

“Hij pakte mijn potlood.”
“Zij keek naar mij.”
“Maar hij begon!”
“Ja, maar zij deed gisteren ook…”

Voor je het weet, ben jij rechercheur in je eigen klas en probeer je uit te zoeken wie er om 10.17 uur precies begon. Niet doen 😉. Zoom liever uit.

Waar gaan de conflicten in jouw groep eigenlijk over?

Inventariseer ze eens. Zie je een rode draad? Gaat het steeds over erbij horen? Over invloed? Over winnen? Over aandacht? Over eerlijkheid? Over kinderen die nog onvoldoende voor zichzelf kunnen opkomen? Met andere woorden:

Wat is de hulpvraag achter het gedrag?

Als je die ontdekt, kun je kinderen iets gaan léren in plaats van alleen maar incidenten oplossen. Gun kinderen hun conflicten. Dat klinkt misschien een beetje gek, maar probeer niet ieder conflict direct over te nemen. Blijf rustig. Laat je niet meezuigen. Raak niet geïrriteerd en kies niet te snel partij. Help kinderen zélf nadenken.

  • Wat gebeurde er?
  • Wat wilde jij?
  • Wat wilde de ander?
  • Hoe heb je dat aangepakt?
  • Werkte dat?
  • En hoe zou je het de volgende keer kunnen doen?

Speel situaties uit. Doe het eerst eens lekker fout. Overdrijf gerust. Kinderen vinden dat meestal prachtig. En speel daarna dezelfde situatie nog eens, maar dan op een manier die wél werkt. Zo maak je zichtbaar welk gedrag nodig is.

leer kinderen ruzie maken

 

En vergeet vooral niet te kijken naar wat goed gaat

We zien het gedoe vaak meteen. Maar kijk deze week ook bewust naar de momenten waarop kinderen een conflict wél goed oplossen. Wanneer zie je een kind stevig voor zichzelf opkomen zonder de ander naar beneden te halen? Wanneer loopt iemand verstandig weg? Wanneer komen twee kinderen samen tot een oplossing? Benoem het. Geef er woorden aan.

En koppel het aan jullie missie en de bouwstenen van de groep. Want alles wat je aandacht geeft, groeit.

Dus stormt het een beetje in je klas? Misschien hoef je die storm niet meteen stil te leggen.

Misschien is dit juist hét moment om kinderen te leren hoe je samen door een storm heen komt. En daar heb jij als leerkracht een belangrijke rol in. Niet door ieder conflict voor ze op te lossen, maar door regie te voeren op wat ze nog te leren hebben.

Wil je een steuntje in de rug bij het begeleiden van conflicten en ruzies in de klas? Of merk je dat je het lastig vindt om consequent regie te voeren op jullie afspraken? In de module Grenzen en Begrenzen neem ik je hier stap voor stap in mee. 

Ik wens je een mooie week!

Met een verschillige groet,

Jelly

Effectief omgaan met ongewenst gedrag van leerlingen

Leer effectief omgaan met conflicten tussen kinderen. Praktische strategieën en tips voor leerkrachten.