De kans is groot dat het inmiddels lekker begint te stormen in je klas 🌪. De eerste weken zijn voorbij. Kinderen hebben elkaar een beetje leren kennen, weten inmiddels wat ze aan jou hebben en beginnen hun plek in de groep te zoeken.
En ja… dan begint de strijd om de macht.
De pikorde moet bepaald worden. Hoe gaan we de rollen verdelen? De hiërarchie krijgt vorm en kinderen onderzoeken hoeveel invloed ze hebben en welke rol ze in de groep kunnen innemen. We noemen dit ook wel ranking. Dit gebeurt in iedere groep. Niet overal even heftig.
- Wie heeft de meeste invloed?
- Wie volgt?
- Wie bepaalt wat grappig is?
- Wie durft tegengas te geven?
- En wie trekt zich juist terug?
Wat gebeurt er met de dynamiek in je klas?
Als het goed is, heb je de afgelopen weken samen met de klas de basis neergezet. En daar ben je de komende weken ook nog volop mee bezig! De vraag ‘Wat voor groep willen we met elkaar zijn?’ is besproken. En ik hoop dat jullie een mooie missie met bouwstenen hebben hangen. En nu begint het echte werk. Want voor kinderen worden andere vragen belangrijk:
Hoor ik erbij?
Wat moet ik doen of laten om erbij te horen?
Bij wie wil of moet ik horen om me veilig te voelen?
Hoeveel invloed heb ik hier eigenlijk?
De antwoorden op die vragen bepalen uiteindelijk voor een belangrijk deel de dynamiek in jouw klas. Je kunt natuurlijk besluiten om lekker verder te gaan met rekenen, lezen en taal en hopen dat het allemaal wel losloopt. Mijn advies? Ga vooral lekker rekenen, lezen en taal doen. Maar blijf óók aandacht besteden aan het groepsvormingsproces. Die eerste weken was een beetje snuffelwerk.
Het echte werk begint nu pas!
Kijk. Luister. En stel vragen.
Wees alert.
Wat gebeurt er?
Wat zie je?
Wat hoor je?
Wie bepaalt de norm?
Waar wordt om gelachen?
Wie krijgt veel ruimte?
En wie nauwelijks?
Laat het niet zomaar lopen, want juist nu wordt de informele norm van de groep gevormd. En daar heb jij als leerkracht invloed op. Niet door alles voor kinderen op te lossen. Juist niet. Door terug te geven wat je waarneemt. Door vragen te stellen. Door samen te onderzoeken wat er gebeurt en kinderen te laten nadenken over alternatieven.
Hé, wat gebeurt hier eigenlijk?
Helpt dit ons om de groep te zijn die we willen zijn?
Hoe zou het anders kunnen?
Daarmee voer je regie op de groepsnorm. En dat is echt cruciaal voor jouw rol! Help de groep daarom om op een goede en respectvolle manier met verschillen, grenzen en conflicten om te gaan. Heb contact met je leerlingen. Stem af. En geef duidelijk leiding.
Zorg dat jouw grenzen helder zijn.
Schrijf ze desnoods eens voor jezelf op:
Wat vind ik wel oké?
Wat vind ik niet oké?
Wanneer grijp ik in?
En hoe doe ik dat?
Dit is het terrein van sturen én steunen. Stuur je te veel, dan word je dominant. Steun je te veel, dan loop je het risico het ‘vriendje van’ te worden of te gaan pamperen. En beide levert uiteindelijk gedoe op.
Leer kinderen ruzie maken.
Niet omdat we graag ruzie willen in de klas, maar omdat kinderen moeten leren hoe ze een conflict op een goede manier kunnen aangaan én oplossen. Want als wij het ze niet leren, gaan ze het op hun eigen manier doen. En dat is nogal eens volgens de wet van de sterkste.
Denk bijvoorbeeld aan het STORM-kaartje. Daarmee begeleid je kinderen stap voor stap bij het oplossen van een conflict. En mocht je dit lastig vinden: je bent absoluut niet de enige.
Heb jij het geleerd?
Veel ouders én leerkrachten hebben ergens het idee dat ruzie maken niet goed is. Dus grijpen we in. We sussen de boel. We vertellen wie wat moet doen. Of we komen snel met een oplossing. Maar hoe heb jij eigenlijk geleerd om ruzie te maken?
Als ik die vraag aan leerkrachten stel, geven heel veel mensen aan dat ze dat helemaal niet geleerd hebben. En dat zie je terug in de vragen die ik krijg:
Hoe begrens ik gedrag op een goede manier?
Wat zeg ik dan?
Wat zeg ik juist niet?
Wanneer grijp ik in?
Hoe blijf ik consequent?
Veel leerkrachten waarschuwen veelvuldig, maar vinden het lastig om daadwerkelijk regie te voeren wanneer gedrag over een grens gaat. En dat is ook niet zo gek als je zelf nooit hebt geleerd hoe je een conflict goed begeleidt.
Jij hoeft het niet op te lossen
Misschien is dit wel één van de belangrijkste dingen om te onthouden:
Jouw rol is niet om de oplossing aan te dragen.
Jouw rol is begeleidend. Jij helpt kinderen om de stappen te zetten die nodig zijn om uiteindelijk zélf tot een oplossing te komen. En soms betekent dat ook dat je even niets oplost. Boze mensen luisteren namelijk niet.
Zijn kinderen nog veel te boos om met elkaar in gesprek te gaan? Stel het gesprek dan uit.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Het is nu tijd om aan het werk te gaan. Om 15.00 uur gaan we hier samen voor zitten en zoeken we een oplossing.” Je negeert het conflict dan niet. Je neemt de regie.
Vind je dit lastig? Wil je beter leren kijken naar wat er onder conflicten en gedoe in je groep gebeurt én steviger worden in het begeleiden ervan? Dan raad ik je de module Grenzen en Begrenzen aan. Niet om alle conflicten uit je klas te krijgen — die horen bij groepsvorming — maar om te leren hoe jij er met meer rust en regie mee om kunt gaan.
Maak er een mooie week van!
Met een verschillige groet,
Jelly
Samen spelen, samen groeien – Klasse(n)Pad Junior voor de onderbouw
Samen spelen en rekening houden met elkaar gaat niet altijd vanzelf. Tijdens de eendaagse Klasse(n)Pad Junior voor groep 1 t/m 4 leer je hoe je jonge kinderen begeleidt in groepsvorming, samenspelen en gedrag.
Bovenbouw in beweging – Klasse(n)Pad
Gedoe, groepsdruk of steeds weer gedoe bij het samenwerken? Tijdens de tweedaagse Klasse(n)Pad voor groep 5 t/m 8 leer je zien wat er in je groep speelt én hoe je daar gericht regie op voert.