Regie voeren op gedrag: hoe houd je je klas op koers?
Het is maandagochtend. Een deel van je groep werkt rustig, maar ondertussen zie je ook dat er van alles gebeurt: een praatje hier, een duwtje daar, iemand die zonder overleg ander werk uit de kast pakt. Terwijl jij hard aan het werk bent om de klas in goede banen te leiden, lijkt het alsof de leerlingen zich weinig aantrekken van de afspraken die jullie samen hebben gemaakt. En dat terwijl er op de muur een prachtige missie hangt: “Wij zijn een fijne groep!” Met bouwstenen als:
- Wij luisteren naar elkaar
- Wij accepteren dat iedereen anders is
- Wij zijn aardig voor elkaar
Herkenbaar? Dit is hét moment waarop je als leerkracht je mouwen mag opstropen. Het is tijd voor de volgende fase:
Hoe voer ik regie op gedrag in mijn klas?
De stormingfase: strijd om de macht
Na de eerste weken van wennen (de formingfase) komt vrijwel elke groep in de stormingfase. Rollen worden verdeeld, hiërarchie ontstaat en sommige leerlingen zoeken nadrukkelijk de grenzen op. Dat zijn de kinderen die checken of jij ook daadwerkelijk doet wat je zegt. De zogeheten verkenners in je klas.
Dit is een spannende periode. De verleiding is groot om snel door te pakken met rekenen en taal en te hopen dat het vanzelf goedkomt. Maar juist nu moet jij regie voeren op gedrag. Want dit is het moment waarop de informele groepsnormen worden bepaald. Laat je het los, dan grijpen de luidste stemmen de macht. Pak je de regie, dan creëer je rust en veiligheid.
Wat betekent regie voeren op gedrag?
Regie voeren is meer dan corrigeren of straffen. Het gaat over:
- grenzen stellen,
- structuur bieden,
- én tegelijkertijd steun en warmte geven.
Zie het als het dirigeren van een orkest. Jij bepaalt het tempo en de richting, maar de muziek ontstaat pas als iedereen zijn instrument leert bespelen en samen stemt met de rest.
Verschillende stijlen van leidinggeven
Elke leerkracht beweegt zich tussen verschillende stijlen van leidinggeven:
- Laissez-faire: veel vrijheid, weinig sturing. Leerlingen bepalen zelf wat er gebeurt.
- Autoritair: streng en controlerend, weinig ruimte voor de leerling.
- Toegeeflijk: mild en betrokken, maar soms te soepel.
- Autoritatief: duidelijke grenzen én warmte. Je stelt eisen die passen bij de leeftijd en biedt steun.
De autoritatieve stijl geeft je de mogelijkheid om regie te voeren op gedrag. Leerlingen weten waar ze aan toe zijn, voelen zich gezien en leren stap voor stap wat het betekent om onderdeel te zijn van een groep. Geen gemakkelijke opdracht kan ik vertellen.
“Erbij horen” vraagt inspanning
Een groep wordt niet vanzelf veilig en fijn. Kinderen moeten leren wat ervoor nodig is om erbij te horen. Voor de een gaat dat vanzelf, voor de ander is het een zoektocht.
Een leerling die steeds de clown uithangt, zoekt vaak verbinding. Een kind dat in discussie gaat, test jouw grenzen omdat het zekerheid zoekt. Zie je alleen het storende gedrag, dan mis je de kans om de onderliggende behoefte te begrijpen.
Door gedrag te zien als een vak– net als rekenen of spelling – kun je als leerkracht in je neutrale en ondersteunende rol blijven.
Voorbeeld: ruzie op het plein
Op veel scholen ontstaat gedoe tijdens het voetballen. Gaat het goed zolang de leerkracht erbij is, maar barst de strijd los zodra je wegloopt? Dan hebben kinderen het ‘samen fijn spelen’ eigenlijk uitbesteed aan jou. Ze voelen zich niet verantwoordelijk voor hun eigen gedrag of misschien beter: ze weten niet hoe ze dat anders moeten inrichten.
Door met de groep te bespreken: “Hoe willen we samen voetballen op het plein? Hoe ziet sportief en eerlijk spelen eruit?” en dit zichtbaar maakt in een T-kaart (wat zie je, wat hoor je), leren kinderen verantwoordelijkheid te nemen. Regie voeren betekent hier niet dat jij altijd langs de lijn staat, maar dat je kinderen begeleidt in het proces van zelf leren oplossen.
Vragen voor reflectie
Regie voeren op gedrag begint bij jezelf. Stel jezelf eens de volgende vragen:
- Waar sta ik op de lijn van sturing en betrokkenheid?
Ben ik vooral streng en controlerend, of juist te soepel? - Hoe reageer ik als de spanning toeneemt?
Blijf ik koersvast, of schiet ik in een stijl die niet effectief is? - Zie ik de kwaliteit achter storend gedrag?
Een haantje kan in de kern heel zelfbewust zijn. De clown brengt energie en humor mee. Hoe kun je dat benutten? - Ben ik consequent?
Regels die vandaag gelden en morgen niet, ondermijnen jouw gezag en creëren onrust.
Kleine stappen met groot effect
Regie voeren hoeft niet ingewikkeld te zijn. Vaak zit het in kleine, consequente handelingen:
- Blijf terugpakken op de missie en bouwstenen.
Herinner de groep aan wat ze samen hebben afgesproken. - Waardeer wat goed gaat.
Noem concreet gedrag dat helpt, zoals: “Ik zag dat jullie elkaar lieten uitpraten.” - Stel vragen in plaats van te straffen.
“Helpt dit gedrag ons om onze missie waar te maken?” - Begrens vriendelijk maar duidelijk.
Geef helder aan wat wel en niet kan, en waarom.
Zo ervaren leerlingen dat hun gedrag er echt toe doet en dat samenwerken vraagt om verantwoordelijkheid.
Ik wens je veel succes met regie voeren!
Met verschillige groet,
Jelly